Vader moet bijna 7.500 gulden achterstallig schoolgeld betalen

WILLEMSTAD – Een vader moet 7.449 gulden aan achterstallig schoolgeld betalen aan de Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs (VPCO). Hoewel het lidmaatschap en de facturen op naam van de moeder stonden, had de vader volgens het Gerecht toegezegd de schuld te betalen.
De achterstand betreft de schooljaren 2017 tot en met 2024 en heeft betrekking op de Albert Schweitzerschool. VPCO informeerde de vader in augustus 2025 dat zijn kind vanwege het achterstallige schoolgeld geen plaats zou krijgen voor het nieuwe schooljaar.
Daarna trof de vader een betalingsregeling met de onderwijsorganisatie. Hij betaalde één keer bijna 3.300 gulden, maar kwam de rest van de regeling volgens VPCO niet na.
Geen lid VPCO
Tijdens de rechtszaak voerde de vader aan dat hij geen lid is van VPCO. Ook wees hij erop dat de facturen op naam van de moeder waren gesteld en dat VPCO eerder al tegen haar had geprocedeerd. Dat hij een betalingsregeling had getroffen, betekende volgens hem niet dat hij zelf schuldenaar was geworden.
Het Gerecht volgt die redenering niet. Uit de overgelegde e-mails blijkt volgens de rechter dat de vader betaling heeft toegezegd en de schuld als zijn eigen schuld heeft erkend. VPCO mag hem daarom eveneens voor de achterstand aanspreken.
De moeder was in oktober 2025 al veroordeeld tot betaling van dezelfde schuld. De rechter heeft daarom bepaald dat vader en moeder hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dat betekent dat VPCO het bedrag bij beiden kan opeisen, maar dezelfde schuld niet twee keer mag innen. Wanneer de moeder een deel betaalt, hoeft de vader dat deel niet meer te voldoen, en omgekeerd.
Als de moeder niet betaalt
Naast het achterstallige schoolgeld moet de vader 750 gulden aan buitengerechtelijke kosten en 950 gulden aan proceskosten betalen. Daarmee komt zijn totale betalingsverplichting, als de moeder niets betaalt, uit op ruim 9.100 gulden.
De rechter heeft niet beoordeeld of ouders op grond van hun wettelijke onderhoudsplicht automatisch allebei aansprakelijk zijn voor schoolgeld. De veroordeling is gebaseerd op de toezegging en schulderkenning van de vader.
Ook heeft de rechter zich niet uitgesproken over de vraag of VPCO het kind vanwege de betalingsachterstand daadwerkelijk een nieuwe plaatsing mocht weigeren.





































